Analyse: Open overheid vergroot vertrouwen in gemeentebestuur

Vertrouwen is een belangrijke graadmeter voor lokale besturen. Toch heeft maar 34% van de inwoners veel vertrouwen in het gemeentebestuur. Om te ontdekken wat besturen daaraan kunnen doen, graven we dieper in de antwoorden van inwoners op de burgerbevraging Gemeente-Stadsmonitor 2020. Een open overheid vergroot het vertrouwen in het lokale bestuur - meer dan goede voorzieningen of weinig buurthinder.

Waarom is vertrouwen belangrijk?

De legitimiteit van onze instellingen berust op het vertrouwen van de inwoners. Het is een basisvoorwaarde voor politieke participatie en de verbinding tussen mensen. Het is ook kritiek voor het succes van veel beleidsmaatregelen die de inzet van het publiek vragen. Zo zijn mensen die vertrouwen hebben dat het bestuur in hun belang handelt, meer bereid de wetten na te leven. Omgekeerd proberen mensen die weinig vertrouwen hebben bijvoorbeeld belastingen te ontlopen. Dat kan de slagkracht van het beleid ondergraven.

Maar weinig vertrouwen in de overheid

De burgerbevraging Gemeente-Stadsmonitor peilde in het najaar van 2020 naar het vertrouwen in het gemeentebestuur bij een representatief staal van de bevolking in elk van de 300 Vlaamse gemeenten. 34% van de inwoners zegt veel vertrouwen te hebben in het gemeentebestuur. 20% heeft maar weinig vertrouwen in het bestuur.

Vertrouwen per gemeente

Wel zijn er grote verschillen in vertrouwen tussen de gemeenten. Het vertrouwen loopt uiteen van 18% tot 62%. Het vertrouwen neemt zeer licht toe naarmate het inwonersaantal groeit. Het vertrouwen is het kleinst in de provinciale steden en de stadsrand. In 19 gemeenten heeft meer dan de helft van de inwoners veel vertrouwen in het gemeentebestuur.

Hoogopgeleiden hebben meer vertrouwen dan personen met een lagere opleiding. Ook sociale integratie en vertrouwen gaan hand in hand: in buurten met een sterk sociaal weefsel helpen mensen elkaar, vertrouwen ze elkaar en slaan ze vaak een praatje. Vrouwen hebben minder vertrouwen in het gemeentebestuur dan mannen. Op jongere leeftijd is er geen onderscheid tussen beide geslachten. De gezinssituatie heeft dan weer geen impact op het vertrouwen: alleenstaande ouders bijvoorbeeld hebben niet noemenswaardig minder vertrouwen in het bestuur dan koppels met of zonder kinderen.

Een open overheid vergroot het vertrouwen

Inwoners die menen dat het bestuur goed omspringt met hun vragen en inspanningen doet om hen te betrekken bij veranderingen in de buurt, hebben meer vertrouwen in het bestuur. We combineren beide items in een schaal: inwoners kunnen hun tevredenheid uitdrukken op een schaal van 1 (helemaal niet tevreden) tot 5 (heel tevreden). Tevredenheid over de luisterbereidheid van het bestuur gaat hand in hand met vertrouwen. Neem het voorbeeld van Linda. Linda is een vrouw van 40. Ze heeft een diploma hoger onderwijs en woont in een gemeente van bijna 35.000 inwoners. De kans dat Linda veel vertrouwen heeft in het bestuur, is 60% wanneer ze heel tevreden (5) is over de luisterbereidheid van het bestuur. Dat is maar liefst 53 procentpunten meer dan wanneer ze helemaal niet tevreden (1) is. Dit is het grootste effect dat we vinden in deze analyse.

Effect tevredenheid over consultatie op vertrouwen

Een open overheid is transparant in haar handelingen, toegankelijk en biedt een antwoord op de vragen en noden van inwoners. Een open overheid luistert naar haar inwoners en dat vertaalt zich in een beleid dat beter tegemoet komt aan hun noden. Een open overheid informeert inwoners ook voldoende en begrijpelijk. Dat laat burgers toe de beslissingen van de overheid en de motieven erachter beter te begrijpen en dat geeft vertrouwen.

Een open overheid informeert haar inwoners over de activiteiten in de gemeente, over voorzieningen, nieuwe ingrepen en beslissingen van het bestuur. Daarenboven is de informatie die ze verstrekt, toegankelijk en begrijpelijk. Opnieuw combineren we de vijf items in een schaal. Het bestuur dat haar inwoners goed informeert, vergroot het vertrouwen. De kans dat Linda veel vertrouwen heeft in het bestuur, is 37% wanneer ze heel tevreden (5) is over de informatie door het bestuur. Dat is ruim 18 procentpunten meer dan wanneer ze helemaal niet tevreden (1) is.

Effect tevredenheid over informatie op vertrouwen

Ook een goede dienstverlening vergroot het vertrouwen

Vaak wordt de remedie voor een laag vertrouwen gezocht in een goed beleid. Wat goed beleid is, daarover lopen de meningen echter uiteen. Inwoners zijn consumenten van het lokale beleid. Ze lopen langs bij het loket in het gemeentehuis, gaan naar het cultureel centrum of roepen de politie te hulp bij diefstal. Hoe positiever hun ervaringen, hoe meer vertrouwen ze hebben in het gemeentebestuur.

Zo heeft wie tevreden is over het contact met de gemeente aan het loket of digitaal, meer vertrouwen in het bestuur. De kans dat Linda veel vertrouwen heeft, is 38% wanneer ze heel tevreden (5) is over de dienstverlening aan het loket of digitaal. Dat is 23 procentpunten meer dan wanneer ze helemaal niet tevreden (1) is.

Effect tevredenheid over dienstverlening op vertrouwen

Ook goede voorzieningen in de gemeente vergroten het vertrouwen. We meten de tevredenheid van inwoners over diverse voorzieningen voor cultuur en vrije tijd, groen, onderwijs, sport, verkeer en zorg. Gemiddeld geeft de Vlaming bijna 4 op 5 aan de voorzieningen in zijn of haar gemeente. Wie tevreden is over de voorzieningen heeft ook meer vertrouwen in het gemeentebestuur. De kans dat Linda veel vertrouwen heeft in het bestuur is 43% wanneer ze gemiddeld een 5 (heel tevreden) geeft aan de voorzieningen in haar gemeente. Dat is 34 procentpunten meer dan wanneer ze een 1 (helemaal niet tevreden) geeft.

Effect tevredenheid over voorzieningen op vertrouwen

Goede voorzieningen en een goede dienstverlening kunnen een hefboom zijn om het vertrouwen in het bestuur te vergroten. Dit toont ook een analyse op het niveau van de gemeenten (en niet van de individuele respondenten). In een kwart van de gemeenten is de tevredenheid over de voorzieningen groter dan 73% en in een kwart kleiner dan 63%. In de gemeenten met een tevredenheid van 73% is het vertrouwen 5 procentpunten groter dan in de gemeenten met een tevredenheid van ‘maar’ 63%.

Ook een grotere tevredenheid over de dienstverlening doet het vertrouwen toenemen: In de gemeenten met een tevredenheid over de dienstverlening van 75% is het vertrouwen maar liefst 9 procentpunten groter dan in de gemeenten met een tevredenheid van 65%. Opnieuw is de tevredenheid in een kwart van de gemeenten groter dan 75% en in een kwart kleiner dan 65%. Maar omgekeerd kunnen negatieve ervaringen het vertrouwen ook doen afnemen.

Bij onveiligheid of buurthinder neemt het vertrouwen af

Wie zich vaak onveilig voelt in de gemeente of wie kampt met buurthinder heeft minder vertrouwen. De kans dat Linda veel vertrouwen heeft, is 22% wanneer ze zich altijd (5) onveilig voelt in de gemeente. Dat is 10 procentpunten minder dan wanneer ze zich nooit (1) onveilig voelt in de gemeente.

Effect onveiligheid op vertrouwen

Ook negatieve ervaringen met buurthinder ondergraven het vertrouwen in het bestuur. We bundelen de antwoorden op vier veelvoorkomende ergernissen in de vorm van verkeershinder, lawaaihinder of overlast door vandalisme of zwerfvuil. We drukken buurthinder uit in een driepuntenschaal. De kans dat Linda veel vertrouwen heeft, is 24% wanneer ze vaak hinder (3) ondervindt – onder welke vorm dan ook. Dat is 9 procentpunten minder dan wanneer ze zegt nooit hinder (1) te ondervinden.

Effect buurthinder op vertrouwen

Werkwijze

We onderzoeken het vertrouwen in het gemeentebestuur aan de hand van de burgerbevraging Gemeente-Stadsmonitor editie 2020. Deze grootschalige burgerbevraging bevroeg een representatief staal van de inwoners van 17 tot en met 85 jaar in alle 300 Vlaamse gemeenten. Meer dan 150.000 personen namen deel. Dat is een responsgraad van bijna 40 procent. Meer hierover lees je op de pagina Burgerbevraging.

Hoe meten we vertrouwen?

De inwoners van steden en gemeenten werden gevraagd 'Heb je vertrouwen in het gemeentebestuur?'. Hun antwoorden werden genoteerd met behulp van een driepuntenschaal. Zo onderscheiden we inwoners die weinig tot zeer weinig vertrouwen hebben, de inwoners die niet veel, niet weinig vertrouwen hebben en ten slotte de inwoners die veel tot zeer veel vertrouwen hebben in het gemeentebestuur. Het vertrouwen in het gemeentebestuur toont een sterke samenhang met het vertrouwen in de federale en de Vlaamse overheid.

Vraagstelling burgerbevraging Gemeente-Stadsmonitor

De antwoorden werden gewogen naar het inwoneraantal en de leeftijd- en geslachtsverdeling in elk van de gemeenten om te corrigeren voor de onder- of oververtegenwoordiging van bepaalde groepen.

Hoe meten we de impact van andere kenmerken op het vertrouwen in het gemeentebestuur?

Omdat het vertrouwen uitgedrukt wordt op een schaal gebruiken we een ordinaal logistische regressie. Met een ordinaal logistische regressie houden we rekening met de volgorde in de mogelijkheden van de afhankelijke variabele. Op die manier voorspellen we bijvoorbeeld de kans dat de respondent een specifiek antwoord geeft (of een antwoord lager in de rangorde).

Omdat we menen dat antwoorden meer samenhang tonen met die van mede-inwoners van dezelfde gemeente dan met de inwoners van een andere gemeente, doen we een multi-level analyse. Ieder woont in maar één gemeente (als hoofdverblijfplaats). De test bevestigt dat dit de verklarende kracht van het model verbetert.

We drukken uit hoeveel het vertrouwen verschilt tussen bijvoorbeeld mannen en vrouwen met behulp van verwachte kansen. Die kansen hangen ook af van de andere kenmerken in het model. Om die reden nemen we het voorbeeld van Linda, een vrouw van 40 jaar met een diploma hoger onderwijs die woont in een gemeente van bijna 35.000 inwoners. De verwachte kansen voor een man of een vrouw van 70 jaar zijn telkens anders. Maar de vaststelling dat de oudere generaties minder vertrouwen hebben in het gemeentebestuur, geldt wel steeds.

Bij onderzoeken die zich baseren op een steekproef om veralgemenende uitspraken te doen, moeten we rekening houden met een foutenmarge. Je kan enkel zeggen dat tussen 83% en 88% van de inwoners vertrouwen heeft. Dit is het betrouwbaarheidsinterval. Daarvan kan je met een grote waarschijnlijkheid stellen dat het werkelijke percentage voor alle inwoners van de gemeente groter is dan 83% en kleiner dan 88%. In de figuren toont een verticaal streepje het betrouwbaarheidsinterval.