Voor een optimale weergave van deze pagina raden we je aan om je toestel in landschapsmodus te gebruiken.

Economie

Hoeveel bruto toegevoegde waarde wordt er gecreëerd? Hoe ziet het economische weefsel eruit: welke sectoren zijn het omvangrijkst? Hoeveel inwoners zijn als zelfstandige aan de slag?

De COVID-19-uitbraak zorgde in 2020 voor een grote terugval van de economische activiteit in Vlaanderen. Kantoren en winkels moesten tijdelijk (en soms permanent) de deuren sluiten. Velen werden tijdelijk werkloos. De Vlaamse overheid en de lokale besturen reageerden met relance- en investeringsplannen.

We kunnen momenteel nog niet volledig inschatten wat de precieze impact of het effect is geweest van de COVID-19-pandemie op de economie. Nog niet alle meest recente cijfers zijn immers beschikbaar. Lees meer over de mogelijke impact van COVID-19 op de cijfers op de themapagina COVID.

Indicatoren in het thema Economie beschrijven het economische weefsel in de gemeente en becijferen de economische betekenis. Andere indicatoren focussen op het ontstaan en falen van ondernemingen.

De indicatoren kennen twee soorten bronnen:
- indicatoren uit registerdatabanken: centrale databanken van andere (Vlaamse en federale) overheidsinstanties,
- indicatoren uit de burgerbevraging: grootschalige burgerbevraging bij de inwoners van alle Vlaamse gemeenten.

Economie is één van de 13 basisthema’s. Voor dit thema zijn er 21 indicatoren uit registerdatabanken (zoals bruto toegevoegde waarde per inwoner, vestigingen naar sector, tewerkstelling in sociale economie) en 3 indicatoren uit de burgerbevraging (tevredenheid over winkelvoorzieningen en voldoende winkelvoorzieningen en winkelen in eigen of andere gemeente) opgenomen. Alle indicatoren die behoren tot het thema Economie vind je hier.

Over de werkgelegenheid lees je meer in het thema Werk.

 

Economie groeit tot 2019

Hoeveel goederen en diensten geproduceerd worden op het grondgebied van een gemeente kan je afleiden uit de bruto toegevoegde waarde. Het becijfert de marktwaarde van alle goederen geproduceerd in de gemeente min de kosten van de grondstoffen die daarvoor nodig zijn. Het is een maat van de economische betekenis van de gemeente. In 2019 bedroeg de bruto toegevoegde waarde in Vlaanderen 36.710 euro per inwoner. De bruto toegevoegde waarde neemt elk jaar toe sinds de financieel-economische crisis van 2009.

Er zijn wel regionale verschillen. Vijftien gemeenten produceren een grote welvaart: meer dan 60.000 euro per inwoner. In het bijzonder in Machelen en Vilvoorde is de bruto toegevoegde waarde per inwoner vele malen groter dan het Vlaamse gemiddelde. Daarnaast is de bruto toegevoegde waarde ook groter in verschillende centrumsteden, in het bijzonder in Leuven, Gent en Turnhout.

Bruto toegevoegde waarde
Alle gemeenten, 2019, in euro per inwoner

Bron: Vlaamse Statistische Autoriteit, bewerking ABB

 

Grote regionale verschillen in het belang van sectoren

In 2019 waren in Vlaanderen bijna 2,9 miljoen mensen aan het werk, als loontrekkende of als zelfstandige. Sinds 2003 neemt de totale werkgelegenheid vrijwel onafgebroken toe. Tussen 2009 en 2015 vertraagde de groei van de tewerkstelling. 45% van de loontrekkenden werkt in de sector van de commerciële diensten (de tertiaire sector). De non-profitsector (de quartaire sector) stelt een derde van de loontrekkenden tewerk. 15% werkt in de industrie en bijna 6% in de bouw.

In vier gemeenten werkt de helft van de loontrekkenden in de industrie. De industriële tewerkstelling is dan weer kleiner in de centrumsteden en in de Vlaamse Rand. Daar is de tewerkstelling in de dienstensector in verhouding groter.

Aandeel personen in bezoldigde werkgelegenheid naar hoofdsectoren
Vlaams Gewest, 2019, in procenten

Aandeel personen in bezoldigde werkgelegenheid naar hoofdsectoren

Bron: RSZ, via Statistiek Vlaanderen, bewerking ABB

 

1 op de 10 is zelfstandige

Er zijn grote verschillen in de structuur van de lokale economie. In 2018 telde Vlaanderen 465.321 zelfstandigen tussen 15 en 64 jaar oud. Met andere woorden, 11% van de bevolking tussen 15 en 64 jaar was zelfstandige (of een familielid dat meewerkt). Dat aandeel neemt maar heel licht toe doorheen de jaren. Ondernemerschap wordt vaak in verband gebracht met innovatie en het creëren van nieuwe banen.

In zeven gemeenten is 20% of meer als zelfstandige aan het werk.

Aandeel zelfstandigen en helpers ten opzichte van aantal 15-64-jarigen
Vlaams Gewest, 2019, in procenten

Bron: Steunpunt Werk, Departement WSE, bewerking ABB

 

4% meer ondernemingen in 2019

In 2019 telde Vlaanderen 617.685 ondernemingen. Elk jaar groeit het aantal, sinds 2016 jaarlijks met bijna 4%. De evolutie van het aantal ondernemingen zegt iets over hoe goed het economisch gaat in een regio. Het is nog wachten om de impact van COVID-19 te kennen.

De groei toont het aantal opgerichte ondernemingen in een jaar min het aantal dat werd stopgezet. In 2019 werden 64.140 nieuwe ondernemingen opgericht, dat is een verhouding van tien oprichtingen per 100 ondernemingen. 39.990 ondernemingen werden stopgezet, dat zijn zes stopzettingen per 100 ondernemingen. Sedert 2017 nemen het aantal oprichtingen én het aantal stopzettingen jaarlijks toe. De nettogroei blijft nagenoeg gelijk.

In twaalf gemeenten is de netto-groei groter dan 7%. Dat zijn vooral gemeenten rond Brussel. Maar ook enkele kleine West-Vlaamse gemeenten kennen een grotere toename van het aantal ondernemingen.

Netto-groei van ondernemingen
Alle gemeenten, 2019, in verschil tussen aantal oprichtingen en aantal stopzettingen per 100 ondernemingen

Bron: Statbel, via Statistiek Vlaanderen, bewerking ABB

Duik dieper in een ander thema of ontdek je gemeente binnen een thema

en/of
en/of