Voor een optimale weergave van deze pagina raden we je aan om je toestel in landschapsmodus te gebruiken.

Centrumsteden

Welke dynamiek kennen de dertien centrumsteden? Hoe onderscheiden ze zich van andere steden en gemeenten, onder meer op vlak van bevolking, mobiliteit, samenleven en werk?

De dertien centrumsteden zijn Aalst, Antwerpen, Brugge, Genk, Gent, Hasselt, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oostende, Roeselare, Sint-Niklaas en Turnhout. Gezien de historiek van de Stadsmonitor en de rol van de centrumsteden hierin is ervoor gekozen om een afzonderlijke themapagina te voorzien over en voor de centrumsteden. Daarmee willen we ook aangeven dat het doel en de functie van de Stadsmonitor, zoals die bij de eerste editie in 2004 werden omschreven, ook nu nog van toepassing zijn.

De centrumsteden creëren welvaart. Tegelijkertijd ondervinden diezelfde steden ook de gevolgen van klimaatverandering of de economische crisis. Ook zijn enkele uitdagingen er meer dan gemiddeld in Vlaanderen aanwezig, onder meer op vlak van beschikbare ruimte, huisvesting, mobiliteit en onderwijs.

Maar het zijn ook deze centrumsteden die in Vlaanderen een voortrekkersrol opnemen om deze uitdagingen aan te gaan. Hun stedelijke dichtheid biedt een potentieel voor innovatieve evoluties zoals circulaire wijken, nieuwe vormen van distributie en mobiliteit. Ze spelen daarop in. Tegelijkertijd trachten ze trendbreuken te realiseren. Denk maar aan de introductie van een lage emissiezone om de samenstelling van het wagenpark te keren of de keuze voor een nieuw circulatieplan om het verplaatsingsgedrag te wijzigen. Kortom, de steden zijn dé plekken bij uitstek waar nieuwe evoluties en kansen het eerst op gang komen. Daaruit kunnen we leren.

Niet elke centrumstad kent dezelfde uitdagingen. Op deze pagina schetsen we een aantal uitdagingen en hefbomen van de centrumsteden vandaag.

De indicatoren kennen twee soorten bronnen:
- indicatoren uit registerdatabanken: centrale databanken van andere (Vlaamse en federale) overheidsinstanties,
- indicatoren uit de burgerbevraging: grootschalige burgerbevraging bij de inwoners van alle Vlaamse gemeenten.

Centrumsteden is één van de 6 specifieke thema’s. Naast de indicatoren uit registerdatabanken en de burgerbevraging worden voor de dertien centrumsteden ook decentrale data opgenomen, die door de steden zelf zijn verzameld. De aangeleverde data werden via een GIS-toepassing ruimtelijk uitgezet om de aanwezigheid, de spreiding en het bereik van die voorzieningen in beeld te brengen.

Benieuwd naar de belangrijkste resultaten van de voorgaande edities van de Stadsmonitor? Onderaan deze pagina vind je de eerdere publicaties van de Stadsmonitor terug.

 

GIS-indicatoren

De GIS-indicatoren brengen onderstaande zes voorzieningen in beeld:
- opvang van baby’s en peuters in de wijk,
- speelruimte in de wijk,
- overdekte jeugdruimte in de wijk,
- open jeugdruimte in de wijk,
- lagere scholen in de wijk,
- lokale dienstencentra in de wijk.

Het bereik van de voorzieningen wordt sinds 2004 op stadsniveau berekend. Sinds deze editie zijn deze cijfers eveneens op stadsdeelniveau voor elke stad beschikbaar. Via onderstaande link kan je per stad volgende informatie terugvinden:
- kaart met een overzicht van de stadsdelen,
- kaarten met het bereik per voorziening naar leeftijdsgroep,
- cijfergegevens over het bereik van de voorzieningen per stadsdeel naar aantal en aandeel inwoners.

Klik hier door naar de data van de GIS-indicatoren.

 

Stijgende druk op beschikbare ruimte noopt tot nieuwe (woon)concepten

Als een stad inwoners aantrekt, betekent dit nood aan meer woningen, arbeidsplaatsen, kinderopvang, speelruimte, onderwijs, ontmoetingsplaatsen... Dit vergroot de druk op de beschikbare ruimte.

Over een periode van 10 jaar kennen alle centrumsteden een bevolkingsgroei van gemiddeld 7,1%. Dit percentage ligt hoger dan de gemiddelde bevolkingsgroei in Vlaanderen (5,7%). In vijf steden is die bevolkingsgroei opmerkelijk hoger (meer dan 8%). De bevolkingsgroei is het hoogst in Turnhout (10,0%), Roeselare (9,5%), Antwerpen (8,6%), Sint-Niklaas (8,6%) en Aalst (8,3%), gevolgd door Gent, Hasselt, Mechelen en Leuven (kleiner dan 6%). In vier steden is die groei lager. In de West-Vlaamse steden Kortrijk, Brugge en Oostende en in Genk ligt de bevolkingsgroei op 10 jaar tijd tussen 1,6% en 3,6%.

Aangroei van bevolking ten opzichte van 10 jaar eerder
Alle gemeenten, 2020, in procenten

Bron: Statbel, via Statistiek Vlaanderen, bewerking ABB

Ondanks verschillen in bevolkingsgroei kennen de centrumsteden gelijkaardige uitdagingen. Ze zijn meer dichtbevolkt en meer bebouwd dan een gemiddelde Vlaamse gemeente. Zo is de gemiddelde bevolkingsdichtheid in de dertien centrumsteden met 1.371 inwoners per km² bijna drie keer zo groot als in Vlaanderen, waar gemiddeld 487 inwoners per km² wonen. In Antwerpen is de bevolkingsdichtheid met 2.591 inwoners per km² het hoogst, gevolgd door Leuven, Oostende, Gent en Mechelen.

Alle centrumsteden zijn ook veel meer bebouwd dan een doorsnee Vlaamse gemeente. Terwijl in Vlaanderen gemiddeld 28,5% van de totale oppervlakte bebouwd is, ligt dit aandeel in de dertien centrumsteden met een gemiddelde van 55,1% bijna dubbel zo hoog. De hoogste bebouwingsgraad stellen we vast in Antwerpen, Oostende, Gent en Leuven.

Deze vaststellingen onderstrepen het belang om zorgvuldig om te gaan met de beschikbare ruimte, de open ruimte zoveel mogelijk te vrijwaren en kwaliteitsvol in te vullen. Vanuit die bekommernis experimenteren de centrumsteden meer en meer met nieuwe concepten zoals compact bouwen, verticaal bouwen, delen en gebruiken van (semi-)collectieve ruimtes, groepswonen en het meervoudig gebruik van gebouwen en ruimtes. Ze combineren dat met een kwaliteitsvolle inrichting van de woonomgeving door aantrekkelijke pleinen en hoeken, toegankelijk groen en voldoende speel- en buurtvoorzieningen.

 

Verdichting in steden zet aan tot duurzamer mobiliteitsgedrag

Binnen een nabije afstand kunnen wonen, werken, schoollopen, winkelen en recreëren is één van de grote voordelen van een stad én een troef om inwoners ertoe aan te zetten zich eerder te voet, met de fiets en met het openbaar vervoer te verplaatsen.

In de dertien centrumsteden verplaatst 71% van de inwoners zich minstens wekelijks te voet voor korte afstanden; 55% doet dit minstens wekelijks met de fiets. Deze percentages liggen hoger dan in Vlaanderen: daar gaat gemiddeld 64% regelmatig te voet voor korte verplaatsingen; 48% neemt geregeld de fiets.

Tegelijk verplaatst 4% van de inwoners in de centrumsteden zich meestal te voet om naar het werk of de school te gaan. 29% gebruikt de fiets als dominant vervoermiddel voor deze functionele verplaatsingen. Dit is hoger dan in Vlaanderen: daar gaat 2% hoofdzakelijk te voet en gebruikt 19% de fiets als dominant vervoersmiddel om te gaan werken of naar school te gaan. Leuven en Gent zijn koplopers in het fietsgebruik voor deze functionele verplaatsingen.

19% van de inwoners in de centrumsteden gebruikt het openbaar vervoer als dominant vervoersmiddel om naar het werk of naar school te gaan: bus, tram, metro of trein. Dit is hoger dan het Vlaams gemiddelde van 13%. Koplopers in openbaar vervoer-gebruik zijn Aalst en Leuven.

Ook al verplaatsen de inwoners uit de centrumsteden zich gemiddeld duurzamer dan een gemiddelde Vlaming, toch staat de auto er nog steeds op de eerste plaats om naar het werk of naar school te gaan. Net iets minder dan de helft van de stedelingen geeft aan hiervoor de wagen te gebruiken als dominant vervoersmiddel. Voor Vlaanderen is dit gemiddeld 60%. De inwoners van Genk, Roeselare, Hasselt en Kortrijk nemen het vaakst de wagen voor functionele verplaatsingen. In Leuven, Antwerpen en Gent wordt de wagen hiervoor het minst gebruikt.

Aandeel inwoners dat met bepaald vervoersmiddel grootste deel van afstand naar werk, school of opleiding aflegt
Vlaams Gewest en 13 centrumsteden, 2020, in procenten

Aandeel inwoners dat met bepaald vervoersmiddel grootste deel van afstand naar werk, school of opleiding aflegt

Bron: Burgerbevraging Gemeente-Stadsmonitor, Agentschap Binnenlands Bestuur

De bovenstaande vaststellingen tonen aan dat de mobiliteitsuitdagingen groot blijven. Hoewel het gebruik van fiets en openbaar vervoer in de centrumsteden gemiddeld hoger scoren dan in de rest van Vlaanderen blijven de mobiliteitsuitdagingen groot.

 

Diverse bevolking zet aan tot samenleven

De diversiteit groeide de voorbije decennia in iedere Vlaamse stad en gemeente, maar het sterkst in de centrumsteden. Koploper is Antwerpen met 167 verschillende nationaliteiten, gevolgd door Gent, Leuven, Brugge, Oostende, Mechelen en Aalst met meer dan 130 nationaliteiten.

De inwoners van de centrumsteden hebben gemiddeld een meer diverse vriendenkring dan de gemiddelde Vlaming, met Genk als koploper. Ook de vriendenkring van de kinderen is er meer divers. Hier trekken Antwerpen en ook Genk de kop.

Bekijken we enkele specifieke stellingen rond diversiteit, dan is 54% van de inwoners van de centrumsteden het eens met de uitspraak dat de aanwezigheid van mensen met verschillende herkomst een verrijking is, ten opzichte van 44% in Vlaanderen. Leuven scoort hier het hoogst, gevolgd door Genk en Antwerpen. Je kan hierover meer lezen op de themapagina Integratie.

Daarnaast geeft 39% van de inwoners in de centrumsteden aan dat ze een sterk sociaal weefsel in de buurt ervaren. In Antwerpen ligt dit het laagst, in Kortrijk en Mechelen het hoogst.

Aandeel van de inwoners met sterk sociaal weefsel in de buurt
Vlaams Gewest en 13 centrumsteden, 2020, in procenten

Aandeel van de inwoners met sterk sociaal weefsel in de buurt

Bron: Burgerbevraging Gemeente-Stadsmonitor, Agentschap Binnenlands Bestuur

De centrumsteden zijn diverse samenlevingen geworden, die maximaal trachten in te spelen op de kansen en uitdagingen die diversiteit biedt.

 

Steden zorgen voor welvaart en jobs

De economische betekenis van een gemeente of stad kan men afleiden uit de bruto toegevoegde waarde die de ondernemingen creëren. De dertien centrumsteden noteren gemiddeld een bruto toegevoegde waarde van 52.892 euro per inwoner. Dat is hoger dan het gemiddelde van 36.609 euro per inwoner in Vlaanderen. De centrumsteden zijn dus kernen van welvaartscreatie. Leuven noteert met 74.874 euro per inwoner de hoogste score, Aalst met 34.062 euro per inwoner de laatste score van de centrumsteden. Je kan hierover meer lezen op de themapagina Economie.

Alle centrumsteden voorzien meer jobs per 100 inwoners op arbeidsleeftijd (20 tot en met 64 jaar) dan gemiddeld in Vlaanderen. In de centrumsteden worden gemiddeld 108 jobs per 100 inwoners gecreëerd, in Vlaanderen bijna 79 jobs per 100 inwoners. Met 134 jobs per 100 inwoners noteert Hasselt de hoogste jobratio, op de voet gevolgd door Leuven, Kortrijk, Gent en Roeselare.

Ook al fungeren de centrumsteden als jobmotor, ze krijgen minder eigen inwoners (van 20 tot en met 64 jaar) effectief aan het werk dan gemiddeld in Vlaanderen. Ook het aandeel inwoners (van 15 tot en met 64 jaar) dat werkzoekend is, ligt met 8,2% hoger dan in Vlaanderen, waar gemiddeld 6,4% werkzoekend is. In Antwerpen, Oostende en Turnhout is zelfs meer dan 1 op 10 inwoners werkzoekend.

Aandeel werkenden in bevolking op arbeidsleeftijd
Vlaams Gewest en 13 centrumsteden, 2018, in procenten

Aandeel werkenden in bevolking op arbeidsleeftijd

Bron: Vlaamse Arbeidsrekening, bewerking Steunpunt Werk, via Statistiek Vlaanderen, bewerking ABB

Aandeel niet-werkende werkzoekenden in beroepsbevolking
Vlaams Gewest en 13 centrumsteden, 2020, in procenten

Aandeel niet-werkende werkzoekenden in beroepsbevolking

Bron: VDAB, via Statistiek Vlaanderen, bewerking ABB

De centrumsteden blijven kampen met een relatief lage werkzaamheidsgraad en een relatief hogere werkzoekendengraad. Anderzijds zijn deze steden plekken waar nieuwe economische activiteiten (zoals circulaire economie en deel- of hersteleconomie) en dus nieuwe jobs ontstaan.

 

Duurzame consumptie van schaarse grondstoffen kent nog een groeimarge

Het is belangrijk om duurzaam om te springen met materialen en grondstoffen. Dat houdt in dat men minder grondstoffen en materialen gebruikt en ze tegelijkertijd efficiënter inzet, waardoor de afvalberg kan verminderen. In Vlaanderen produceert een inwoner gemiddeld 146 kg restafval per jaar, dit is het huishoudelijk afval exclusief het selectief ingezameld afval. In de centrumsteden ligt dit met 182 kg per inwoner hoger, met Antwerpen, Brugge en Oostende als uitschieters (meer dan 200 kg per inwoner). Leuven en Turnhout kennen lagere cijfers (minder dan 110 kg per inwoner).

Het overgrote deel van de CO2-uitstoot komt van bedrijven, maar ook huishoudens zorgen voor heel wat uitstoot, in het bijzonder door het brandstofverbruik voor verwarming. In Vlaanderen stoot een gezin gemiddeld 3,7 kg CO2 uit. Dat is hoger dan de centrumsteden: daar stoot een gezin gemiddeld 2,5 kg CO2 uit. Antwerpen, Gent, Mechelen en Oostende stoten minder dan 2,5 kg CO2 per gezin uit.

Ook op vlak van mobiliteit is het belangrijk om de CO2-uitstoot te beperken. Om elektrisch rijden aan te moedigen voorzien steden en gemeenten in laadpalen voor elektrische wagens op het openbaar domein. De centrumsteden doen dit gemiddeld meer dan in Vlaanderen, namelijk gemiddeld 7,3 laadpalen per 10.000 inwoners ten opzichte van 5,6 laadpalen per 10.000 inwoners in Vlaanderen. Mechelen is hier koploper met 12,7 laadpalen per 10.000 inwoners.

Aantal publieke laadpalen voor elektrische voertuigen
Vlaams Gewest en 13 centrumsteden, 2021, in aantal per 1.000 inwoners

Aantal publieke laadpalen voor elektrische voertuigen

Bron: Departement Omgeving, via Statistiek Vlaanderen, bewerking ABB

Steden spelen een pioniersrol in de zoektocht naar mogelijkheden om duurzame keuzes mogelijk te maken. Ze experimenteren met vormen van duurzame consumptie zoals auto- en fietsdelen, collectiviteiten en samenhuizen, het hergebruiken en herstellen van goederen in repaircafés en kringloopwinkels, het voorzien van elektrische laadpalen... Ze tasten mogelijkheden af voor hernieuwbare energie en andere klimaatvriendelijke investeringen.

 

Analyse: gebruik van voorzieningen in een andere gemeente

Waar gaan we naar film en toneel, winkelen of sporten? Een analyse van het Agentschap Binnenlands Bestuur brengt het verplaatsingsgedrag naar andere gemeenten in kaart, in het bijzonder voor drie activiteiten: cultuur, winkelen en sporten. Hierbij ligt de focus op de dertien centrumsteden. De belangrijkste conclusies:
- cultuur beleven we vooral in de grootsteden Antwerpen en Gent;
- winkelen doen we in de centrumsteden en in de bekende shoppingcentra;
- sporten doen we vooral dicht bij huis.

Je kan de resultaten van deze analyse terugvinden op de website Lokaal Bestuur van het Agentschap Binnenlands Bestuur. Zij maakt gebruik van de resultaten van de burgerbevraging Gemeente-Stadsmonitor editie 2017. In het najaar mag je het vervolg verwachten op deze analyse met de nieuwste cijfers.

 

Burgerbevraging Stadsmonitor: data op stadsdeelniveau

De dertien centrumsteden kregen in het kader van de Stadsmonitor de mogelijkheid om extra bevragingen te laten uitvoeren om niet alleen resultaten op stadsniveau, maar ook op stadsdeelniveau te bekomen. Alle centrumsteden behalve Kortrijk deden in 2020 beroep op deze mogelijkheid. Het Agentschap Binnenlands Bestuur ontsluit evenwel geen data op stadsdeelniveau, maar enkel op stadsniveau. Het zijn de centrumsteden zelf die instaan voor het analyseren en ontsluiten van de data op stadsdeelniveau. Zij stellen deze data ter beschikking via hun eigen platformen.

Hieronder kan je doorklikken naar de online dataplatformen van de dertien centrumsteden:
- Aalst
- Antwerpen
- Brugge
- Genk
- Gent
- Hasselt
- Kortrijk
- Leuven
- Mechelen
- Oostende
- Roeselare
- Sint-Niklaas
- Turnhout

 

Benieuwd naar de resultaten van de Stadsmonitor doorheen de jaren?

De burgerbevraging Stadsmonitor werd in 2020 voor de zevende keer uitgevoerd. In dit Excel-bestand (< 1 MB) zijn, voor alle thema's, enkel de resultaten voor de dertien centrumsteden opgenomen. Zo kunnen deze steden zich vlot met elkaar vergelijken.

Hieronder kan je de eerdere edities van de publicatie Stadsmonitor raadplegen in PDF-formaat.
- Stadsmonitor editie 2004 (64 MB)
- Stadsmonitor editie 2006 (4 MB)
- Stadsmonitor editie 2008 (6 MB)
- Stadsmonitor editie 2011 (2 MB)
- Stadsmonitor editie 2014 (6 MB)
- Stadsmonitor editie 2014 - Gezinnen in de stad (5 MB)
- Stadsmonitor editie 2017 (12 MB)
- Stadsmonitor editie 2017 - Bijlage met kaarten op stadsniveau (20 MB)

Duik dieper in een ander thema of ontdek je gemeente binnen een thema

en/of
en/of